Zelf een verkeersplan maken in 8 stappen

Een goed verkeersplan maak je niet vanaf je bureau. Je maakt het op de vloer, met een plattegrond, observaties, data en input van mensen die dagelijks in het magazijn werken.

Hieronder staat een praktische aanpak van acht stappen om zelf een verkeersplan op te stellen. Wil je eerst weten wat een verkeersplan precies is en waarom het belangrijk is? Lees dan onze uitleg over het verkeersplan voor een magazijn.

STAP 1

Stap 1: Begin met een actuele plattegrond

Start met een plattegrond van het magazijn. Print deze bij voorkeur op A3 of A2. Digitaal kan ook, maar papier werkt verrassend goed tijdens een rondgang. Bovendien kun je erop krassen zonder dat IT hoeft te helpen.

Zet minimaal op de plattegrond:

  • stellingen
  • docks
  • deuren en poorten
  • nooduitgangen
  • brandblussers
  • werkplekken
  • opslaggebieden
  • laad- en loszones
  • acculaadplaatsen
  • emballagezones
  • kantoren en personeelsingangen
  • bestaande looproutes en rijroutes
  • bestaande belijning en bebording

Controleer of de plattegrond klopt. In veel magazijnen klopt de tekening ongeveer. ‘Ongeveer’ is prima voor een vakantieplanning, maar minder geschikt voor heftruckroutes.

Maak jouw magazijn vandaag nog veiliger

STAP 2

Stap 2: Breng alle verkeersdeelnemers in kaart

Bepaal wie en wat zich door het magazijn beweegt.

Maak onderscheid tussen:

  • voetgangers
  • eigen medewerkers
  • bezoekers
  • vrachtwagenchauffeurs
  • heftruckchauffeurs
  • reachtruckchauffeurs
  • orderpickers
  • schoonmaak
  • technische dienst
  • externe monteurs

Breng ook de transportmiddelen in kaart:

  • aantal heftrucks
  • aantal reachtrucks
  • elektrische palletwagens
  • handpalletwagens
  • orderpicktrucks
  • trekkers
  • rolcontainers
  • karren

Noteer per middel waar het rijdt, wanneer het rijdt en waarvoor het wordt gebruikt. Een reachtruck die vooral ‘s ochtends bevoorraadt, geeft een ander risico dan een heftruck die de hele dag door pickgangen rijdt.

STAP 3

Stap 3: Teken de huidige verkeersstromen

Teken op de plattegrond hoe mensen en voertuigen nu bewegen. Kijk niet alleen naar de officiële routes. Kijk vooral naar de echte routes. Mensen kiezen meestal de kortste of meest logische weg. Dat noemen we natuurlijke looplijnen. Als je die negeert, krijg je een mooi plan waar niemand zich aan houdt. Dan heb je geen verkeersplan, maar vloerpoëzie. Laat medewerkers hun eigen routes intekenen. Vraag ook waar ze zich onveilig voelen. Vaak kennen zij de risicopunten beter dan het managementrapport.

Gebruik verschillende kleuren voor:

  • voetgangers
  • intern transport
  • vrachtwagens
  • goederenstromen

Tijdens het tekenen vallen een paar plekken je waarschijnlijk meteen op. Dat is een goede voorbereiding op de risicoanalyse in de volgende stap. Let vooral op:

  • kruisingen tussen voetgangers en heftrucks
  • onoverzichtelijke hoeken
  • doorgangen vanuit kantoren naar magazijn
  • plekken waar pallets tijdelijk worden neergezet
  • laad- en loszones
  • smalle gangpaden
  • werkplekken naast rijroutes
  • plekken waar deuren direct uitkomen op rijverkeer
  • routes van bezoekers en chauffeurs

STAP 4

Stap 4: Bepaal de risico-hotspots

Niet elk punt in het magazijn is even gevaarlijk. Richt je eerst op de plekken waar de kans op een incident of de impact het grootst is.

Typische hotspots zijn:

  • laaddocks
  • kruisingen
  • smalle gangen
  • stellingkoppen
  • doorgangen
  • magazijningangen
  • acculaadstations
  • inpaktafels
  • oversteekplaatsen
  • tijdelijke opslagzones
  • buitenterrein
  • plekken waar vrachtwagens achteruitrijden

Beoordeel per hotspot:

  • wie komt hier samen?
  • hoe vaak gebeurt dat?
  • is er voldoende zicht?
  • is er genoeg ruimte?
  • is de voorrang duidelijk?
  • wordt hier hard gereden?
  • staan er vaak pallets of materialen in de weg?
  • zijn bezoekers hier bekend met de regels?

Maak hierbij onderscheid tussen structurele risico’s en rommelrisico’s. Een onoverzichtelijke kruising is structureel. Een pallet op het looppad is gedrag, discipline of ruimtegebrek. Beide zijn relevant, maar vragen om andere maatregelen.

STAP 5

Stap 5: Elimineer eerst onnodige verkeersstromen

De beste kruising is de kruising die niet bestaat. Kijk daarom eerst of verkeersstromen kunnen worden weggehaald of verplaatst. Dat werkt vaak beter dan meteen extra borden plaatsen.

Voorbeelden:

  • verplaats een werktafel weg uit een heftruckzone
  • laat vrachtwagenchauffeurs via een aparte ingang lopen
  • maak een aparte bezoekersroute
  • plaats emballage niet bij een drukke doorgang
  • verplaats parkeerplekken van elektrische palletwagens
  • voorkom dat voetgangers door pickgangen moeten lopen
  • plan bevoorrading en orderpicking op verschillende tijden

Soms kun je risico’s niet fysiek scheiden, maar wel in tijd. Bijvoorbeeld: reachtrucks bevoorraden tot 12.00 uur. Daarna start orderpicking met voetgangers of palletwagens. Dat is geen futuristische robotoplossing, maar gewoon planning.

STAP 6

Stap 6: Ontwerp veilige looproutes en rijroutes

Nu ontwerp je de nieuwe situatie. De hoofdregel: scheid voetgangers en rijdend materieel zoveel mogelijk.

Maak duidelijke zones:

  • voetgangerszones
  • rijzones voor intern transport
  • werkgebieden
  • opslaggebieden
  • bufferzones
  • laad- en loszones
  • oversteekplaatsen

Looproutes

Looproutes moeten logisch liggen. Niet alleen veilig op papier, maar ook aantrekkelijk om te gebruiken. Een looproute die 40 meter omloopt, wordt waarschijnlijk genegeerd, zeker op vrijdagmiddag.

Let bij het maken van looproutes op deze punten:

  • maak looproutes duidelijk zichtbaar
  • houd ze vrij van pallets, afval en materialen
  • voorkom looproutes dwars door werkgebieden
  • gebruik oversteekplaatsen op logische plekken
  • plaats instructies bij ingangen
  • zorg dat bezoekers weten waar ze mogen lopen

Voor smalle looppaden wordt vaak minimaal 60 cm als uitgangspunt gebruikt. In de praktijk is 80 cm tussen de buitenkanten van de lijnen vaak duidelijker voor één persoon. Wil je dat twee mensen naast elkaar kunnen lopen, kies dan eerder voor circa 140 cm. Een halve tussenmaat werkt vaak slecht: dan gaat men toch naast elkaar lopen en belandt één persoon buiten het pad. Mensen zijn nu eenmaal sociale dieren, ook tussen de palletstellingen.

Rijroutes

Rijroutes moeten passen bij het grootste transportmiddel inclusief belading. Houd rekening met draaicirkels, zichtlijnen, bochten, snelheid en tweerichtingsverkeer.

Bij smalle gangen is eenrichtingsverkeer vaak verstandiger. Dat voorkomt discussies over wie achteruit moet. En niemand wint echt een achteruitrijwedstrijd in een magazijngang.

Denk bij rijroutes aan:

  • voldoende breedte
  • duidelijke rijrichting
  • snelheidsregels
  • voorrangssituaties
  • spiegels bij onoverzichtelijke punten
  • veilige afstand tot werkplekken
  • afscherming bij kwetsbare zones
  • duidelijke markering van stellingkoppen en obstakels

STAP 7

Stap 7: Regel kruisingen en voorrang

Kruisingen zijn de plekken waar verkeersplannen worden getest. Als de regels daar niet helder zijn, ontstaan interpretaties. En interpretaties op heftrucksnelheid zijn zelden ideaal.

Maak per kruising duidelijk:

  • wie heeft voorrang?
  • waar moet worden gestopt?
  • is oogcontact verplicht?
  • is een zebrapad nodig?
  • zijn haaientanden nodig?
  • is een spiegel nodig?
  • moet de snelheid omlaag?
  • is fysieke afscherming nodig?

Gebruik waar mogelijk herkenbare verkeersregels. Mensen kennen haaientanden, zebrapaden, stopborden en rijrichtingen al uit het verkeer, en dat maakt de uitleg een stuk eenvoudiger. De simpelste basisregel daarbij is oogcontact: laat voetgangers en chauffeurs pas kruisen als er zichtbaar contact is geweest. Geen oogcontact? Dan geen oversteek. Is ook met oogcontact nog niet duidelijk wie voorrang heeft, dan geldt: degene met het minste zicht krijgt extra bescherming of voorrang. Nog beter is natuurlijk dat die situatie niet ontstaat. Simpel, en eenvoud wint vaak van een procedure van drie pagina’s.

STAP 8

Stap 8: Maak het verkeersplan zichtbaar op de vloer

Een verkeersplan werkt pas als mensen het zien op het moment dat ze moeten handelen.

Gebruik daarom visualisatie:

Gebruik kleuren consequent. Bijvoorbeeld groen voor voetgangerszones, geel of wit voor rijroutes en rood voor gevaar- of no-go-zones. Welke kleuren je kiest, is minder belangrijk dan consequente toepassing. Een kleurensysteem dat per hal verandert, is vooral een puzzel. En magazijnmedewerkers zijn geen escape-roomteam.

Als je deze acht stappen hebt doorlopen, staat er een verkeersplan dat past bij jouw magazijn. Leg de belangrijkste afspraken daarna vast in de huisregels voor je magazijn, zodat ook bezoekers en nieuwe collega’s precies weten wat er van hen verwacht wordt.

Wil je hulp bij het opstellen van een verkeersplan?

Je hoeft dit niet per se alleen te doen. Flow in Motion helpt bedrijven bij het maken van een verkeersplan dat past bij hun eigen magazijn: van de eerste rondgang over de vloer tot de uiteindelijke belijning, borden en instructies. Neem contact op om te bespreken hoe we jouw magazijn veiliger en overzichtelijker maken.

Zoek naar producten of pagina's

Heeft u vragen?
Afspraak nodig?
Bekijk wat we doen