Een goed verkeersplan maak je niet vanaf je bureau. Je maakt het op de vloer, met een plattegrond, observaties, data en input van mensen die dagelijks in het magazijn werken.
Hieronder staat een praktische aanpak van acht stappen om zelf een verkeersplan op te stellen. Wil je eerst weten wat een verkeersplan precies is en waarom het belangrijk is? Lees dan onze uitleg over het verkeersplan voor een magazijn.
STAP 1
Start met een plattegrond van het magazijn. Print deze bij voorkeur op A3 of A2. Digitaal kan ook, maar papier werkt verrassend goed tijdens een rondgang. Bovendien kun je erop krassen zonder dat IT hoeft te helpen.
Zet minimaal op de plattegrond:
Controleer of de plattegrond klopt. In veel magazijnen klopt de tekening ongeveer. ‘Ongeveer’ is prima voor een vakantieplanning, maar minder geschikt voor heftruckroutes.
STAP 2
Bepaal wie en wat zich door het magazijn beweegt.
Maak onderscheid tussen:
Breng ook de transportmiddelen in kaart:
Noteer per middel waar het rijdt, wanneer het rijdt en waarvoor het wordt gebruikt. Een reachtruck die vooral ‘s ochtends bevoorraadt, geeft een ander risico dan een heftruck die de hele dag door pickgangen rijdt.
STAP 3
Teken op de plattegrond hoe mensen en voertuigen nu bewegen. Kijk niet alleen naar de officiële routes. Kijk vooral naar de echte routes. Mensen kiezen meestal de kortste of meest logische weg. Dat noemen we natuurlijke looplijnen. Als je die negeert, krijg je een mooi plan waar niemand zich aan houdt. Dan heb je geen verkeersplan, maar vloerpoëzie. Laat medewerkers hun eigen routes intekenen. Vraag ook waar ze zich onveilig voelen. Vaak kennen zij de risicopunten beter dan het managementrapport.
Gebruik verschillende kleuren voor:
Tijdens het tekenen vallen een paar plekken je waarschijnlijk meteen op. Dat is een goede voorbereiding op de risicoanalyse in de volgende stap. Let vooral op:
STAP 4
Niet elk punt in het magazijn is even gevaarlijk. Richt je eerst op de plekken waar de kans op een incident of de impact het grootst is.
Typische hotspots zijn:
Beoordeel per hotspot:
Maak hierbij onderscheid tussen structurele risico’s en rommelrisico’s. Een onoverzichtelijke kruising is structureel. Een pallet op het looppad is gedrag, discipline of ruimtegebrek. Beide zijn relevant, maar vragen om andere maatregelen.
STAP 5
De beste kruising is de kruising die niet bestaat. Kijk daarom eerst of verkeersstromen kunnen worden weggehaald of verplaatst. Dat werkt vaak beter dan meteen extra borden plaatsen.
Voorbeelden:
Soms kun je risico’s niet fysiek scheiden, maar wel in tijd. Bijvoorbeeld: reachtrucks bevoorraden tot 12.00 uur. Daarna start orderpicking met voetgangers of palletwagens. Dat is geen futuristische robotoplossing, maar gewoon planning.
STAP 6
Nu ontwerp je de nieuwe situatie. De hoofdregel: scheid voetgangers en rijdend materieel zoveel mogelijk.
Maak duidelijke zones:
Looproutes moeten logisch liggen. Niet alleen veilig op papier, maar ook aantrekkelijk om te gebruiken. Een looproute die 40 meter omloopt, wordt waarschijnlijk genegeerd, zeker op vrijdagmiddag.
Let bij het maken van looproutes op deze punten:
Voor smalle looppaden wordt vaak minimaal 60 cm als uitgangspunt gebruikt. In de praktijk is 80 cm tussen de buitenkanten van de lijnen vaak duidelijker voor één persoon. Wil je dat twee mensen naast elkaar kunnen lopen, kies dan eerder voor circa 140 cm. Een halve tussenmaat werkt vaak slecht: dan gaat men toch naast elkaar lopen en belandt één persoon buiten het pad. Mensen zijn nu eenmaal sociale dieren, ook tussen de palletstellingen.
Rijroutes moeten passen bij het grootste transportmiddel inclusief belading. Houd rekening met draaicirkels, zichtlijnen, bochten, snelheid en tweerichtingsverkeer.
Bij smalle gangen is eenrichtingsverkeer vaak verstandiger. Dat voorkomt discussies over wie achteruit moet. En niemand wint echt een achteruitrijwedstrijd in een magazijngang.
Denk bij rijroutes aan:
STAP 7
Kruisingen zijn de plekken waar verkeersplannen worden getest. Als de regels daar niet helder zijn, ontstaan interpretaties. En interpretaties op heftrucksnelheid zijn zelden ideaal.
Maak per kruising duidelijk:
Gebruik waar mogelijk herkenbare verkeersregels. Mensen kennen haaientanden, zebrapaden, stopborden en rijrichtingen al uit het verkeer, en dat maakt de uitleg een stuk eenvoudiger. De simpelste basisregel daarbij is oogcontact: laat voetgangers en chauffeurs pas kruisen als er zichtbaar contact is geweest. Geen oogcontact? Dan geen oversteek. Is ook met oogcontact nog niet duidelijk wie voorrang heeft, dan geldt: degene met het minste zicht krijgt extra bescherming of voorrang. Nog beter is natuurlijk dat die situatie niet ontstaat. Simpel, en eenvoud wint vaak van een procedure van drie pagina’s.
STAP 8
Een verkeersplan werkt pas als mensen het zien op het moment dat ze moeten handelen.
Gebruik daarom visualisatie:
Gebruik kleuren consequent. Bijvoorbeeld groen voor voetgangerszones, geel of wit voor rijroutes en rood voor gevaar- of no-go-zones. Welke kleuren je kiest, is minder belangrijk dan consequente toepassing. Een kleurensysteem dat per hal verandert, is vooral een puzzel. En magazijnmedewerkers zijn geen escape-roomteam.
Als je deze acht stappen hebt doorlopen, staat er een verkeersplan dat past bij jouw magazijn. Leg de belangrijkste afspraken daarna vast in de huisregels voor je magazijn, zodat ook bezoekers en nieuwe collega’s precies weten wat er van hen verwacht wordt.
Je hoeft dit niet per se alleen te doen. Flow in Motion helpt bedrijven bij het maken van een verkeersplan dat past bij hun eigen magazijn: van de eerste rondgang over de vloer tot de uiteindelijke belijning, borden en instructies. Neem contact op om te bespreken hoe we jouw magazijn veiliger en overzichtelijker maken.